Mode België
Familie

Susan Bögels over zelfzorg: word je eigen veilige hechtingsfiguur

Hoogleraar Susan Bögels beschrijft in haar nieuwe boek vier oefeningen waarmee volwassenen het gekwetste kind in zichzelf kunnen troosten.

Susan Bögels over zelfzorg: word je eigen veilige hechtingsfiguur

Wie als kind niet kreeg wat nodig was, kan dat later alsnog voor zichzelf regelen. Dat stelt Susan Bögels, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam als hoogleraar op het gebied van gezinsgeestelijke gezondheid en mindfulness. Ze werkt daarnaast als psychotherapeut en geeft trainingen in mindfulness. In haar nieuwe boek Parenting ourselves beschrijft ze hoe een volwassene kan uitgroeien tot zijn of haar eigen veilige hechtingsfiguur.

Haar centrale gedachte is dat niemand volledig zonder innerlijke ouderlijke stem door het leven gaat. Ieder mens draagt volgens haar een troostende, zorgende kant in zich die op moeilijke momenten kan worden ingezet. In het boek reikt ze vier oefeningen aan om die kant bewuster te leren gebruiken en zo het gekwetste kind in jezelf op te vangen.

Eerst zien wat je al doet

De eerste stap draait niet om wat ontbreekt, maar om wat er al is. Bögels adviseert om een dag rustig terug te lopen en na te gaan voor wie je die dag als het ware een ouder was. Dat kan je eigen kind zijn, maar net zo goed een collega, een huisdier of zelfs de planten in de tuin.

Daarbij onderscheidt ze twee soorten eigenschappen. De zachte kant bestaat uit troosten, luisteren en verzorgen. De stevige kant gaat over leiding nemen, grenzen stellen en iemand moed inspreken. Mogelijk beschikte je als kind al over een deel van die kwaliteiten. Het advies is om ze op te schrijven en er vervolgens even bij stil te staan met waardering voor jezelf.

Een lange lijst van ouderlijke figuren

De tweede oefening brengt in kaart waar die kwaliteiten vandaan komen. Schrijf iedereen op die ooit een ouderlijke rol voor je vervulde, hoe bescheiden die ook was. Denk aan vader of moeder, grootouders, een tante, een juf of meester, een trainer, een hulpverlener, een vriend of een dier.

Hoe langer de lijst, hoe beter. Noteer per naam in een paar woorden wat die persoon of dat dier je gaf. Al die eigenschappen samen vormen volgens Bögels het materiaal van je innerlijke ouder. De oefening sluit af met aandacht voor de dankbaarheid die je voor al deze figuren kunt voelen.

Geef je innerlijke ouder een gezicht

Abstracte kwaliteiten krijgen meer kracht wanneer ze een vorm aannemen. Bögels verwijst naar kunstenaar Grayson Perry, die in een tv-interview een teddybeer uit zijn jeugd meenam. Als kind schreef hij aan dat knuffeldier alle goede eigenschappen toe die hij bij zijn ouders miste.

De opdracht is om te bedenken hoe jouw innerlijke ouder eruitziet. Maak een tekening of collage, of kies een foto dan wel een voorwerp dat die rol voor jou belichaamt. Zet het resultaat op een plek waar je het dagelijks tegenkomt, zodat de herinnering aan die zorgzame kant levend blijft.

Laat je innerlijke ouder voor je zorgen

De vierde oefening brengt het geheel terug naar het lichaam. Leg beide handen op je hart en voel de warmte daarvan. Stel je vervolgens voor dat het de handen van je innerlijke ouder zijn die je vasthouden.

Een andere vorm is wegkruipen op de bank met een deken en een warme kop thee, terwijl je je innerlijke ouder hoort zeggen dat je rustig mag uitrusten en dat er voor je gezorgd wordt. Volgens Bögels is dat geen zweverige gedachte, maar een vaardigheid die je stap voor stap kunt oefenen en die op gespannen momenten beschikbaar komt.

Waarom dit onderwerp steeds meer aandacht krijgt

De methode sluit aan bij een bredere beweging binnen de psychologie, waarin zelfcompassie en hechting centraal staan. Waar therapie vroeger vooral keek naar wat er misging in iemands jeugd, is er tegenwoordig meer oog voor wat iemand zelf kan doen om oude wonden te verzachten. Het idee dat een volwassene de rol van zorgende figuur kan overnemen, past binnen die ontwikkeling.

Bögels verbindt die invalshoek met mindfulness, het bewust en zonder oordeel aandacht geven aan wat zich in het hier en nu afspeelt. Beide benaderingen gaan ervan uit dat patronen uit het verleden zich in het lichaam en in dagelijkse gewoonten laten voelen, en dat verandering begint bij het opmerken daarvan.

Kleine stappen, geen wondermiddel

De oefeningen vragen geen grote tijdsinvestering en zijn bedoeld voor het dagelijks leven. Toch is het volgens de hoogleraar geen kwestie van eenmalig toepassen. Wie worstelt met ernstige klachten of traumatische ervaringen doet er goed aan dit niet alleen te doen, maar te bespreken met een behandelaar.

Voor veel mensen kan de aanpak wel iets kleins en praktisch opleveren: een moment van rust, een vriendelijker innerlijke stem, of het besef dat er in het verleden meer mensen en dieren voor hen klaarstonden dan ze zich realiseerden. Dat besef is precies waar de vier oefeningen op mikken.

Gerelateerd nieuws